Vrouwen van de Voorstraat

Vrouwen van de Voorstraat – Gedragen door Vrouwen

Aan de Voorstraat in Kampen komen drie verhalen samen. Verhalen die zich afspelen in verschillende eeuwen, maar die allemaal draaien om dezelfde plek én om vrouwen die hun eigen weg gingen. Van middeleeuwse bierbrouwers tot kunstenaars en erfgoedbewakers: steeds weer blijken vrouwen de drijvende kracht achter ontwikkelingen die het gezicht van de stad hebben bepaald.

 



Gese en Johanna: bierbrouwen in de Middeleeuwen

Het eerste verhaal speelt zich af in de vijftiende eeuw, een periode waarin vrouwen officieel een ondergeschikte maatschappelijke positie innamen. Toch waren zij onmisbaar voor de economie van steden als Kampen. Dat blijkt uit het verhaal van de zussen Gese en Johanna Winter.

Bierbrouwen was in de late Middeleeuwen in eerste instantie een huishoudelijke activiteit en werd grotendeels door vrouwen uitgevoerd. Zij maalden het graan, verzorgden het huishouden en brouwden het bier. Naarmate bier een belangrijk handelsproduct werd, groeiden veel brouwerijen uit tot winstgevende ondernemingen. Binnen deze bedrijven werkten mannen en hun echtgenotes vaak als gelijkwaardige zakelijke partners. Toch werd doorgaans alleen de naam van de man als eigenaar in de archieven geregistreerd. Wanneer een vrouw zelfstandig een onderneming dreef, werd zij wel onder haar eigen naam vermeld.

Als geregistreerde eigenaar gold je als economisch relevant en bleef je zichtbaar in de historische bronnen. Veel vrouwen die een wezenlijke zakelijke, financiële, ambachtelijke of fysieke bijdrage leverden aan een onderneming, werden daarentegen gereduceerd tot ‘de vrouw van’. Hierdoor zijn zij in de geschiedschrijving vaak tot passieve figuren gemaakt of zelfs volledig uit beeld verdwenen. Ook de maatschappelijke veranderingen die volgden op de industrialisatie in de negentiende eeuw droegen bij aan een verschuivend beeld van arbeid en ondernemerschap, waarbij de rol van vrouwen steeds minder zichtbaar werd gemaakt.

Het verhaal van de zussen Winter kwam pas eeuwen later aan het licht dankzij onderzoek van Nelleke Nieuwboer, uitgevoerd onder leiding van Elise van Heck. Van Heck vroeg zich af wie het bier brouwde dat verbonden was aan de invloedrijke regentenfamilie van burgemeester Henrick Aeltsz. Tijdens onderzoek in het Stadsarchief van Kampen werd een uitgebreide stamboom van de familie bestudeerd. Daarbij stuitte een archivaris op een opmerkelijke aantekening achter de naam van één van Henricks kleindochters: Gese wilde niet trouwen.

Wat tegenwoordig nauwelijks opvalt, was in de Middeleeuwen hoogst uitzonderlijk. Meisjes werden meestal op jonge leeftijd uitgehuwelijkt en hadden weinig invloed op hun eigen levensloop. Gese koos echter een andere weg. In die tijd was het gebruikelijk dat getrouwde vrouwen in het huis van hun man werkten aan het huishouden; werkzaamheden buitenshuis werden niet getolereerd. Volgens de overlevering had Gese een grote passie voor het bierbrouwen. In de brouwerij waar zij was opgegroeid ontwikkelde zij, samen met haar zus Johanna, een eigen recept. Gese Winter bleef haar leven lang werkzaam in de brouwerij en zij heeft deze groot gemaakt. Hun geschiedenis inspireerde tot de ontwikkeling van een speciaalbier: Kamper Vreugd. De naam verwijst naar de vreugde die Gese vond in haar ambacht en in de vrijheid om haar eigen keuzes te maken. Daarmee zijn Gese en Johanna Winter uitgegroeid tot symbolen van vrouwelijke zelfstandigheid en ondernemerschap in een tijd waarin die kwaliteiten zelden werden erkend. Kamper Vreugd volgde het eerder ontwikkelde bier Kamper Trots op, dat was geïnspireerd door de ontdekking van burgemeester Henrick Aeltsz als bierbrouwer.

Kunstenaars aan de Voorstraat

Ruim vijf eeuwen later verschijnt opnieuw een groep vrouwen op dezelfde plek in de Voorstraat te Kampen. In 1986 richtten professionele kunstenaars, opgeleid aan de Christelijke Academie voor Beeldende Kunst (CABK) in Kampen de stichting Werk in Uitvoering op. De academie leerde studenten kritisch en veelzijdig nadenken over kunst, maar bood weinig ondersteuning voor het bestaan als professioneel kunstenaar. De stichting wilde daarin voorzien. Kunstenaars kregen er praktische ondersteuning, maar ook iets wat minstens zo belangrijk was: een gemeenschap van meer dan vijftig collega’s die elkaar konden inspireren, bevragen en ondersteunen. Jarenlang groeide Werk in Uitvoering uit tot een belangrijke ontmoetingsplek voor beeldend kunstenaars uit de regio. Binnen deze ontwikkeling speelden twee vrouwen een belangrijke rol. Beatrijs Asselbergs maakte naam als (eerste) vrouw bij verschillende opleidingen in metaalbewerkingen. In Kampen zette zij zich met hart en ziel in voor het behoud van de laatste smederij in de binnenstad van kampen. In dezelfde tijd bouwde Elise van Heck (kunstenaarsnaam Elsje van Heck) een omvangrijke grafiekcollectie op. Zij exposeerde erg vaak in binnen- en buitenland. Een belangrijk deel van haar collectie heeft zij geschonken aan st. Museum Huys der Kunsten tijdens de transitiefase van kunstenaarscollectief naar museum.

Het behoud van een bijzonder stukje Kampen

Het derde verhaal draait om het ontdekken, behouden en restaureren van twee bijzondere monumenten aan de Voorstraat: de historische smederij en het oudste stenen langhuis van de stad. Vrouwen als Elise van Heck en Beatrijs Asselbergs waren hierin bepalende krachten. In 2001 verwierf de stichting het monumentale pand aan de Voorstraat 20, tegenwoordig bekend als Huys der Kunsten. Historisch onderzoek wees uit dat dit waarschijnlijk (één van de) eerste stenen woonhuizen van Kampen is. Twee jaar later (2003) werd ook de naastgelegen smederij aangekocht. Deze smederij is bijzonder, want al vier eeuwen onafgebroken in bedrijf. In de jaren tachtig werden alle bedrijven verbannen uit de binnensteden van Nederland. Dankzij de actie van Asselbergs is het een Rijksmonument en nu (één van de) laatst werkende smederij(en) in een Nederlandse binnenstad.

Wat begon als een initiatief van kunstenaars groeide uit tot een grootschalige erfgoedoperatie. De gebouwen werden niet alleen behouden, maar kregen ook een nieuwe functie. Huys der Kunsten werd een plek waar kunst, geschiedenis en ontmoeting samenkomen. Bij binnenkomst vindt u allereerst de museumwinkel. Op de begane grond bevindt zich de Galerij, waar de geschiedenis van Kampen wordt samengevat aan de hand van 8 panelen. De Tuinzaal was vier jaar lang in gebruik als Middeleeuws Proeflokaal, ook wel bekend als het Biermuseum Kampen. Op dit moment wordt gewerkt aan de nieuwe invulling van deze monumentale zaal. Op de verdiepingen bevinden het kantoor, een collectie-depot, een fotostudio en twee artist-in-residence-woningen. Door de inzet van kunstenaars veranderde ook de omgeving. De Voorstraat, ooit beschouwd als een achterbuurt van de stad, werd opnieuw gewaardeerd vanwege haar historische betekenis. Waar stadsvernieuwing nodig was, namen kunstenaars het initiatief. Daarmee bewezen zij opnieuw de maatschappelijke betekenis van kunst.

Gedragen door vrouwen

Deze drie verhalen vormen samen de basis van het project Gedragen door Vrouwen. Het museum wil de geschiedenis van Kampen vertellen vanuit een iets gelijkwaardiger perspectief. Het perspectief van de vrouwen die achter de schermen, maar vaak ook zichtbaar op de voorgrond, bepalend zijn geweest voor de ontwikkeling van stad en samenleving.

Historisch onderzoek laat zien dat vrouwen al sinds de vijftiende eeuw een belangrijke rol speelden in en rond het oude woonhuis aan de Voorstraat. Ook in de afgelopen decennia waren het vaak vrouwen die initiatief namen, zich inzetten voor behoud van erfgoed en nieuwe culturele ontwikkelingen mogelijk maakten. Niet zelden deden zij dat tegen de stroom in.

Museum Huys der Kunsten wil deze verhalen zichtbaar maken aan de hand van zijn collectie, de gebouwen en de geschiedenis van de plek zelf. De collectie biedt daarvoor een rijk uitgangspunt. Zij bevat niet alleen kunstwerken, maar ook sporen van maatschappelijke ontwikkelingen, persoonlijke verhalen en culturele veranderingen. Met Gedragen door Vrouwen worden nieuwe zichtlijnen aangebracht in de geschiedenis van Kampen. Het project laat zien hoe vrouwen generaties lang hebben bijgedragen aan de identiteit van de stad: als bierbrouwers, kunstenaars, verzamelaars, erfgoedbeschermers en vernieuwers.

Tegelijkertijd laat het zien dat geschiedenis geen vaststaand gegeven is, maar wordt gevormd door historisch onderzoek, gebaseerd op documenten en op de vraag welke prestaties en welke personen daarin worden vastgelegd. Vrouwen hebben hierin zelf een actieve rol te vervullen. Wie deel wil uitmaken van de geschiedenis van morgen, moet ook vandaag zichtbaar zijn en haar verhaal laten vastleggen. Zo ontstaat een geschiedenis die begint in de Middeleeuwen en doorloopt tot in het heden. Een geschiedenis die laat zien dat achter veel van wat Kampen heeft gevormd vrouwen stonden. Hun verhalen maken niet alleen het verleden zichtbaar, maar geven ook betekenis aan het heden. Daarmee krijgt het immateriële erfgoed van Kampen en Overijssel een nieuwe stem: een stem die eeuwenlang aanwezig was, maar niet altijd werd gehoord.